Startpagina
Sternidae (sternen)

Relatief kleine tot middelgrote, slanke zeevogels met lange, smalle, spitse vleugels, meestal lange en diep gevorkte staart en lange, spitse snavel. Meesterlijke vliegers; sommige soorten trekken over extreem grote afstanden. Vlucht licht, elegant en veerkrachtig, met soepele vleugelslagen, waarbij vleugels vaak bij vleugelboeg naar achteren gebogen worden. Stootduiken - vaak na bidden - naar vis; sterns maken geen glijvluchten en zwemmen zelden. Nestelen op de grond, vaak in kolonies.
 
   
Dwergstern (Sterna albifrons) Grote stern (Sterna sandvicensis) Lachstern (Gelochelidon nilotica)
Visdief (Sterna hirundo) Noordse stern (Sterna paradisaea) Dougalls stern (Sterna dougallii)
   
  Reuzenstern (Sterna caspia)  

De drie 'moerassterns' (Chlidonias) verschillen van 'zeesterns' Sterna door hun tragere, meer schommelende vlucht (zeesterns vliegen met krachtigere vleugelslagen en hebben stabielere, directere vlucht), door iets kortere en bredere vleugels, en minder diep gevorkte staart. Moerassterns pikken hun voedsel van het wateroppervlak op (en duiken slechts zelden naar kleine vissen) of jagen behendig op vliegende insecten. Ze vertonen niet het voor zeesterns karakteristieke bidden-en-stootduiken. Zeesterns (vooral jonge vogels) kunnen echter net als moerassterns ook voedsel van wateroppervlak oppikken en in de lucht op insecten jagen. Moerassterns broeden in losse kolonies in ondiepe binnenwateren en moerassen. Tijdens trek komen ze ook aan zee of op grote meren voor.

Zwarte stern (Chlidonias niger) Witvleugelstern (Chlidonias leucopterus) Witwangstern (Chlidonias hybridus)